Kaartdeel Noord
Wat ga je zien
Voor Drenthepad-op-fietse hebben Drenthe op gesplitst in een kaartdeel Noord en een kaartdeel Zuid. Onderweg fiets je door schitterende landschappen en streken en zijn er veel bijzondere dingen te zien. Hier geven we informatie over de kijkpunten.
Van Appelscha tot Gasselte (10 - 35)
Kijkpunt 10 'De Zeven'
Uitkijktoren de Zeven geeft een fenomenaal uitzicht over het Fochteloërveen. Aan de zuidrand van het Fochteloërveen staat een 18 meter hoge futuristisch ogende uitkijktoren in de vorm van een zeven, die uitzicht biedt over een on-Nederlands vrijwel boomloos landschap van riet, grassen en heide. Dit is het hoogveenlandschap dat ooit grote delen van Nederland omvatte. De uitkijktoren aan de rand van het Fochteloërveen is een opvallende verschijning. De toren is geïntegreerd in de natuurlijke omgeving. Om het beeld van het uitgestrekte open veengebied niet te verstoren staat de toren in de bosrand. De toren heeft een stalen constructie die geheel bekleed is met onbehandeld larikshout, dat vergrijst in de loop van de tijd. Hierdoor wordt de toren één met de achterliggende bosrand.
Kijkpunt 11 UNESCO Werelderfgoed - Veenhuizen
Veenhuizen is in 1822, door Johannes van den Bosch opgericht als strafkolonie van de maatschappij van Weldadigheid. Zeven ‘vrije’ koloniën waar vanuit een idealistische visie en geloof dat "arbeid, onderwijs en onderhoud” de armen zou verheffen ‘tot hogere beschaving, verlichting en weldadigheid’. Hij was ervan overtuigd dat iedereen zelf verantwoordelijk is voor zijn of haar geluk en dus ook voor het algemene volksgeluk. De start was veel belovend maar al gauw bleek het onmogelijk voor ‘paupers’ om te klimmen op de maatschappelijke ladder en werden de problemen groter doordat gemeente vooral hun lastige en onwillige armen stuurden. De Maatschappij vestigde rond Veenhuizen ‘gestichten’ de strafkoloniën. Bedelaars, werklozen en landlopers werden gedwongen opgenomen. In feite waren het gevangenen. Dit is het begin van Veenhuizen als gevangenisdorp. TIP! Breng een bezoek aan het Gevangenismuseum
Kijkpunt 12 Norgerholt - Oerbos
Het Norgerholt is één van Nederlands oudste bossen, een zgn. markebos van hulst en zomereik, dat werd gebruikt voor de houtvoorziening. Hulsttakken dienden in het verleden voor het vegen van schoorstenen, eik voor de woningbouw. De monumentale grote hulstbomen en zomereiken vallen op. Het bosje is een van de oudste van Nederland en dateert vermoedelijk uit de negende eeuw
Kijkpunt 13 Groote Diep
Het stroomdal van het Peizerdiep ontstaat in het Fochteloërveen. De Slokkert ontspringt ergens in de natte wereld van het Fochteloërveen en vormt samen met de Eenerschipsloot vanaf het dorp Een het Groote Diep. Vlak bij het Lieveren komt het Ooster-voortse diep erbij. Het Peizerdiep stroomt de Onlanden in, om samen te vloeien met het Eelderdiep en verderop in de stad Groningen uit te monden in het Reitdiep.
Kijkpunt 14 Hunebed D1
Hunebed D1 is een zgn. portaalgraf bij het dorp Steenbergen. Het hunebed wordt toegeschreven aan de Trechterbeker cultuur. Een portaalgraf heeft een soort ingang, portaal aan een lange zijde.
Kijkpunt 15 Moltmakerstuk
Het Moltmakersstuk is een strook heide die dwars door het Mensingebos loopt. Op het Moltmakersstuk komen droge en natte heide voor en er groeien zeldzame plantensoorten als beenbreek en witte snavelbies.
Kijkpunt 16 Mensingebos
Een gevarieerd ‘sterrebos’ van verschillende boom-soorten en leeftijden. Acht paden die op één punt samenkomen vormen een soort ster waaraan het bos zijn naam dankt. Het Sterrebos is waarschijnlijk aangelegd rond 1700 en daarmee het oudste deel van het Mensingebos. Het gebied hoorde bij de havezate
Kijkpunt 17 Havezate Mensinge
Het Huis Mensinge is één van de zeven voormalige havezaten die er in Drenthe nog over zijn. Een havezate was een soort kasteel op z’n Drents: een voornaam huis, bewoond door een adellijke familie. De oudste vermelding van Mensinge, als leengoed van de bisschop van Utrecht, dateert uit 1381. De havezate is nu ingericht als museum.
Kijkpunt 18 'Ot en Sien'
Ot en Sien zijn de hoofdfiguren uit een serie Nederlandse kinderverhalen, geschreven door Hindericus Scheepstra die in de eerste helft van de twintigste eeuw zeer populair waren.
Kijkpunt 19 Natuurschoon NIetap
Het bos Natuurschoon en naaste omgeving kent een rijke historie. Het gebied ligt tussen Roden en Nietap en omvat bos en weilanden. Het in 1192 gestichte Cisterciëncer Klooster van Aduard had een uithof genaamd ‘Die Helle’ op deze plek. De monniken en lekenbroeders bewerkten het land, verbouwden gewassen en wonnen klei voor het maken van bakstenen. De steenbakkerij op Terheijl werd tot in de 16e eeuw geëxploiteerd. Caspar van Ewsum maakte van de religieuze buitenplaats en het latere Huize Terheijl een havezate. Na 1853 viel het gebied uiteen en werd Huize Terheijl afgebroken. De vereniging Natuurschoon onderhoudt het historisch bos. Er groeien vele soorten planten en in het voorjaar vormt zich een wit tapijt van bosanemonen. Verscholen tussen het groen ligt een romantische ronde vijver waar gele plomp en waterlelie bloeien.
Kijkpunt 20 Pingoruïne Vagevuur
Midden in het gebied ligt 'het Vagevuur', een mooie pingoruïne. Vroeger werd hier veen gestoken. Stobben -boomstronken- uit dit vennetje bleken bij onderzoek ruim 8000 jaar oud te zijn. Wat zijn pingoruïnes? Lees meerScan de QR-code en lees meer.
Kijkpunt 21 Onlanden
EELDER- EN PEIZERMADEN - Madelanden is een oude benaming voor de natte hooilanden in de beekdalen langs het Eelder- en Peizerdiep. Het zijn van oudsher ruige graslanden. Het woord made is verwant aan het Engelse ‘meadow’ en het werkwoord ‘maaien’. De moeilijk te bewerken landerijen stonden regelmatig blank. De achterblijvende sliblaag zorgde voor bemesting. In de zomer, als het droog was, werd het gras gemaaid. Het kruidenrijke hooi was in de winter een goede aanvulling op het voer voor het vee. De vroegere madelanden in de Kop van Drenthe maken nu deel uit van De Onlanden. Onland kun je omschrijven als ‘onnuttig’, ‘onbruikbaar’
Kijkpunt 22 Molen Woldzigt
Koren en olielmolen Woldzigt in Roderwolde is unieke industriemolen uit 1852 en beschikt over een “afdeling” voor de productie van lijnolie (het zogenaamde olieslag) en over een “afdeling” meel malen. Beide zijn nog volledig operationeel en zijn nog regelmatig in gebruik. de Stichting Olie- en Korenmolen Woldzigt laten de molen regelmatig draaien. Ze malen er meel, produceren lijnolie en verkopen het in hun Molenwinkel. Ook kun je in Woldzigt een bezoekje brengen aan het Nederlands Graanmuseum.
Kijkpunt 23 Landgoederen Eelde - Paterswolde
De landgoederen gordel van Eelde-Paterswolde ligt op de oostflank van de Tynaarlo-rug. De bossen en parken van de buitenhuizen grenzen aan de laagten in het brede dal van de Drentsche Aa. De aanwezigheid van de stad Groningen met zijn destijds welgestelde lieden, van hoge militair tot koopman of bestuurder, is mede-bepalend geweest voor de ontwikkeling van de rij landgoederen bij Eelde-Paterswolde. De ‘huizen van stand’ van de invloedrijke Drentse families gingen na vaak over naar de ‘stadjers’. Enkele landgoederen hebben een historie die teruggaat tot de 15de eeuw..
Kijkpunt 24 Museum Vosbergen
Het landgoed Vosbergen dateert van rond 1900. Het echtpaar Kraus-Groeneveld kocht in 1890 een boerderij en wat bos. De boerderij is uitgebouwd tot de huidige villa. Het landgoed besloeg uiteindelijk 110 ha. De Kraus-Groeneveld Stichting draagt zorg over het beheer. In de villa ‘Huis Vosbergen’ is een museum gevestigd met een grote collectie muziekinstrumenten. Zowel westerse-, niet-westerse en automatische instrumenten: Van violen tot serpenten, draailieren, gitaren, klarinetten, hobo's, piano's en accordeons.
Kijkpunt 25 Nationaal Park Drentsche Aa
Een oeroud landschap waar meanderende beekjes zich al sinds mensenheugenis door het landschap slingeren. De diepjes, loopjes en stroompjes, soms ook laak of Aa genoemd, stromen onder verschillende en soms wisselende lokale namen door het landschap. Vaak zijn ze genoemd naar de boermarke van het dichtstbijzijnde dorp waar ze langs komen. Samen vormen ze een uniek beekdallandschap. Al sinds 1879 is de Drentsche Aa een belangrijke bron van drinkwater voor veel Groningers. Inwoners van de stad Groningen, Haren, Glimmen en Eelde-Paterswolde krijgen hun drinkwater uit de Drentsche Aa. Hier wordt jaarlijks 7 miljard liter oppervlakte water gewonnen.
Kijkpunt 26 Doorbaakdal ‘Beslotenvenen’
De Hondsrug vormde na de ijstijden een barrière voor de natuurlijk meanderende waterlopen die hun eigen weg zochten in de stroomdalen. Beslotenvenen is een van de twee doorbraakdalen door de Hondsrug. Het heeft net als de Hunze haar oorsprong in een erosiedal dat ontstond aan het einde van het Saalien. De Drentsche Aa moet op enig moment na afloop van de ijstijd door het dal zijn gebroken. Er ontstond een verbinding met de Hunze. In de loop der tijd slibde die eer dicht, waarna zich een dik pakket veen kon ontwikkelen tussen Drentsche Aa en Hunze.
Kijkpunt 27 Noorlaarderbos - Vijftig Bunder
Het Noordlaarderbos (Gronings) en De Vijftig Bunder (Drents) liggen op de overgang tussen de Hondsrug en het beekdal van de Drentse Aa. Het zijn gebieden met een rijke cultuurhistorie van zo’n 4000 jaar geleden. In het bos ligt een galgenberg. Op De Vijftig Bunder zijn twee grafheuvels en karrensporen uit de Middeleeuwen te vinden. Ook een tankgracht uit WOII toont een deel van de geschiedenis van dit gebied.
Kijkpunt 28 Hunebed G1
Nabij Noordlaren ligt het enig overgebleven Groningse hunebed. Het hunebed is ooit, volgens archeologisch onderzoek veel groter geweest en vermoed dat een groot deel in de Middeleeuwen is gesloopt. Ook de 3 andere Groningse hunebedden, in de nabijheid zijn waarschijnlijk in die tijd gesloopt.
Kijkpunt 29 Museum Molen 'De Wachter'
Molen ‘De Wachter’ is een museummolen en is in 1851 gebouwd voor het malen van graan en specerijen en het slaan van olie uit lijnzaad. de molen is onderdeel van een museum met stoom-machines en veel oude ambachten.
Kijkpunt 30 Hunzedelta - Tusschenwater
Tusschenwater is een natuurrijk moerasgebied in de monding van de Hunze. De Hunze is de benedenloop van twee bronriviertjes, het Voorste diep 1) aan de westkant van de Hondsrug en het Achterste diep aan de oostkant van de Hondsrug. Waterwinning, waterberging en natuur hebben alle ruimte in Tusschenwater; een prachtig gebied in het Hunzedal, tussen het Annermoeras en het Zuidlaardermeer. Bijzonder aan dit deel van de Hunze is dat het winnen van drinkwater uit grondwater altijd door kan gaan, ook in extreme situaties waarbij het gebied ingezet wordt voor waterberging.
Kijkpunt 31 Zuidlaren
Maar liefst zeven brinken geven het prachtige brinkdorp zijn groene uitstraling. Zuidlaren is bekend van Berend Botje, de grootste paardenmarkt van Europa en het vroegere gesticht en de latere psychiatrische instelling ‘Dennenoord’. Zuidlaren heeft de meeste brinken van Drenthe. In Nederland een unicum. Rond de oude dorpskern en de centrale kerkbrink, ligt een gordel van brinken. Deze brinken hebben opmerkelijk veel watergevulde dobben die als drinkplaats voor het vee dienden en bij een uitslaande brand ook bluswater leverden, vandaar de naam branddobben.. - Paardenmarkt - Berend Botje
Kijkpunt 32 Schipborgsche Diep
Dichtbij het restaurant de Drentsche Aa ligt de benedenloop van het stroomdal van de Drentsche Aa. De Drentsche Aa is een samenstel van beekjes, diepjes en stroompjes. In de bovenloop is het een fijn vertakt netwerk dat in de middenloop samenkomt en zich steeds verder bundelt en als hij Drenthe verlaat Drentsche Aa wordt genoemd. Een belangrijke rivier omdat deze dient als drinkwater. In natte periodes is het Schipborgsche diep een waterbergingsgebied, soms staat er zoveel water dat de brug onder water staat. Het water wordt hier vastgehouden om er voor te zorgen dat het water gedoseerd naar Groningen afvloeit zodat de stad Groningen droge voeten houdt.
Kijkpunt 33 Srubben - Kniphorstbosch
De Strubben rijk aan sporen uit lang vervlogen tijden. Zo’n 3500 v.Chr. werd dit gebied al bewoond. De vele hunebedden , grafheuvels en archeologische vondsten maken dit gebied uniek in Nederland. Het is Nederlans enige Archeologiscgr rijksmonument. Een reservaat van oudheden.
Kijkpunt 34 Magnus kerk - Anloo
De kerk stamt uit de elfde eeuw, voor het fundament zijn de stenen van een hunebed gebruikt. De dakruiter met haan (1757) en karakteristieke trapgevel(1895) zijn van latere datum. Hier zetelde de Etstoel (rechtbank) vergaderde drie keer per jaar: twee keer in Rolde, maar op de feestdag van Sint Magnus (19 augustus) in de kerk van Anloo. In criminele zaken sprak de Drost samen met de Etten recht. Sinds 1987 wordt elk jaar zo’n waargebeurde rechtszitting van de Etstoel nagespeeld.
Kijkpunt 35 Spoorbrug door de Hondsrug - NOLS
Het spoortracé van de NOLS is hier verdiept aangelegd op de spoorlijn Assen – Gasselternijveen. NOLS - Noordoosterlocaalspoorweg-Maatschappij die in Oost Nederland een flink aantal spoorlijnen beheerde.